Cultuurdebat 2.0.: de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie

Geplaatst op dinsdag 13 oktober 2009 18:18 door Olga Van Oost

Cultuurdebat 2.0.

Situering debattenreeks

Cultuurlab (IBBT/SMIT, Vrije Universiteit Brussel) organiseert in 2009 en 2010 een debattenreeks over actuele culturele thema's. Het onderzoekscentrum wil met deze debatten de dialoog stimuleren tussen academici, de politiek, de cultuursector en een breed publiek. Op 18 mei 2009 staken we van wal met het zeer gesmaakte cultuurdebat 1.0. rond de rol van kunst in de samenleving . We hadden het samen met politici en kunstenaars nu eens niet over geld en de subsidieproblematiek, maar wilden weten waarom 'kunst' al dan niet belangrijk zou zijn.

Op maandag 23 november 2009 is het tijd voor het cultuurdebat 2.0 over de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie . Na een inleidende situering van de problematiek vanuit academisch perspectief, verdedigen 5 actoren uit het culturele veld een stelling over de (on)verzoenbaarheid van cultuur en economie en in het bijzonder over de uitdagingen voor de culturele sector op het vlak van zakelijkheid en financiering van cultuur. Nadien volgt op basis van de presentaties en stellingen een debat tussen de verschillende actoren en gaan we opnieuw de discussie met het publiek aan. VRT-coryfee Chantal Pattyn modereert.

Deelnemers debat

Dirk De Corte (docent Cultuurmanagement UA)

Eric Krols (zakelijk leider MuHKA)

Peter Leyder (fondsmanager CultuurInvest)

Peter Perceval (artistiek leider Drie Pees)

Bart Van der Herten (expert cultuurbeleid)

Els Opsomer (beeldend kunstenaar, medevoorzitter Arteconomy)

Moderator: Chantal Pattyn

Programma

19.00 u: Onthaal met warme hapjes

20.00 u: Introductie An Moons (IBBT-SMIT)

20.15 u: Presentatie stellingen panelleden

21.15u: Debat

22.30u: Receptie

Nadere situering debat (door An Moons)

Terwijl cultuur en economie vroeger als onverzoenbare polen werden beschouwd, worden deze sferen vandaag steeds meer in één adem genoemd. Het aantal initiatieven en termen om bruggen te slaan tussen cultuur en economie neemt aanzienlijk toe. Daarnaast zien we dat de culturele sector steeds meer geconfronteerd wordt met eisen inzake eigen inkomsten, responsabilisering en ondernemerschap.

In Vlaanderen leidde de convergentie eind jaren ‘90 tot het doorbreken van het traditionele kunstenmonopolie via de erkenning van de commerciële cultuurvormen als zijnde een belangrijk onderdeel van onze cultuur. De erkenning werd in 2006 geconcretiseerd met de oprichting van CultuurInvest. Vandaag is meer dan eens het besef gegroeid dat deze cultuurorganisaties een belangrijke bijdrage leveren tot economische groei, tewerkstelling, regionale ontwikkeling, culturele participatie, identiteitsconstructie en sociale inclusie.

Binnen de culturele sector heerst echter de vrees dat de authentieke inhoud en diepmenselijke waarde van kunst moeten plaatsmaken voor een marktbenadering. De angst voor de markt en het subsidieverlies is groot. Niet vreemd hieraan is het debat rond financiering en de stemmen pro alternatieve financieringsvormen. Evenmin bevorderen de onzekerheid over de toekomstig cultuurminister en de koers die hij/zij wil varen een serene gemoedstoestand. Als we daarbij de stijgende subsidies van de voorbije jaren in het achterhoofd houden en deze tegenover de nakende stabilisering en misschien zelfs reductie van publieke middelen stellen, dan is de onrust begrijpelijk.

Anderzijds wordt de soep nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Dat er zich een nieuw tijdperk inzake culturele financiering aankondigt, zou zeer waarschijnlijk kunnen zijn. Maar anders is niet (altijd) gelijk aan slechter. Anders hoeft ook niet revolutionair te zijn of onverzoenbaar met wat is. Een marktgericht cultuurbeleid wordt al te vaak gelijk gesteld met een vervanging van publieke door private middelen, alsof beide concurrentieel zouden zijn. Een dergelijke vorm van reductionisme – geschraagd door de dichotomie markt/staat – gaat voorbij aan de complexiteit van de culturele markt. Dat de integratie van publieke en private middelen opportuniteiten biedt en tot meer middelen kan leiden, wordt over het hoofd gezien. Noch een marktgericht noch een publiek financieringsbeleid moet centraal gesteld worden, dan wel een cultuurbeleid dat zich op het knooppunt van publieke en private financiering bevindt en dat beide op een zinvolle manier verbindt.

Regelmatig wordt verwezen naar de verwoestende effecten van een doorgedreven Amerikaans marktdenken. Deze effecten moeten we vermijden. De positieve stimuli, zoals bijvoorbeeld responsabilisering, efficiënte besteding van middelen, ondernemerschap en maatschappelijke betrokkenheid, moeten we optimaliseren. Dezelfde redenering gaat op voor een publiek financieringsmodel dat geëerd kan worden omwille van de gecreëerde artistieke voedingsbodem, talentontwikkeling en experimentele ruimte maar gecorrigeerd kan worden op het vlak van bepaalde neveneffecten zoals het risico op isolatie, behoudsgezindheid en vanzelfsprekendheid. Daar waar subsidiëring tekort schiet, kan de markt aanvullen en vice versa.

Onder meer volgende thema’s kunnen in dit debat aan bod komen: de opportuniteiten van een geïntegreerde beleidsbenadering, het dualisme markt/staat, de voor- en nadelen van een marktgerichte en publieke benadering, de verbinding tussen het Kunstendecreet en CultuurInvest, de relatie tussen publieke en private middelen en de diversificatie van middelen.

Reacties

Nog geen reacties op dit moment.

Jouw reactie hier?

Wil je reageren op deze bijdrage? Schitterend! Maar zorg er a.u.b. voor dat je reactie een waardevolle en beleefd geformuleerde bijdrage vormt tot de discussie. We houden ons het recht voor om commentaar te verwijderen, om welke reden dan ook.

Reactie (gebruik van html is niet toegestaan)

Paragrafen en lege lijnen worden automatisch omgezet. Je kan je reactie extra vorm geven door gebruik te maken van volgende opmaakcodes: _schuin_ , *vetgedrukt*, "link text":http://link.url

Naam

E-mail
 (verplicht, wordt nooit op de site getoond)

http://
 (optioneel)

Preview